Welke jas trek jij aan?

Benedict Koopmans • 1 oktober 2026

Zelf heb ik me jarenlang aangepast aan wat ik dacht dat de ander van mij nodig had. Uit loyaliteit, uit liefde en misschien ook vanuit de overtuiging dat ik de ander niet mocht teleurstellen. Ik werd steeds beter in rekening houden met anderen, terwijl ik steeds minder stilstond bij wat ik zelf voelde, wilde en nodig had. En ergens onderweg raakte ik verwijderd van wie ik in de kern ben. Op de foto die Nascha afgelopen voorjaar van mij maakte, trek ik letterlijk mijn jas uit. Terwijl ik de foto terugkeek, moest ik denken aan de jassen die we figuurlijk allemaal weleens aantrekken.


Waardering van anderen

Soms trekken we zo’n jas bewust aan, maar vaak gebeurt het geleidelijk en merken we pas veel later dat we onszelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Jassen die ons beschermen, die ervoor zorgen dat we erbij horen en dat anderen tevreden zijn. Ik denk dat dit bij veel mensen gebeurt. We leren al vroeg om rekening te houden met anderen, om aardig gevonden te worden, om goed te presteren en om aan verwachtingen te voldoen. Daar is op zichzelf niets mis mee. We hebben elkaar nodig en het is heel menselijk om gezien, gewaardeerd en bevestigd te willen worden.

De vraag wordt interessant wanneer de waardering van anderen bepalend wordt voor hoe we onszelf zien.

Wanneer je na een wedstrijd vooral wilt weten wat je trainer ervan vond. Wanneer je een beslissing neemt en eigenlijk eerst wilt horen of een ander denkt dat het een goede keuze is. Wanneer je iets deelt en vervolgens steeds kijkt naar de reacties. Of wanneer je jezelf vergelijkt met anderen en hun succes gebruikt als maatstaf voor hoe goed jij het doet.

Voor sporters kan dat heel subtiel gebeuren. Je rijdt een goede proef, maar bent pas echt tevreden wanneer je trainer enthousiast reageert. Je maakt een fout en bent vervolgens vooral bezig met wat de jury, je trainer, je ouders of de mensen langs de ring daarvan zullen denken. Je gaat harder trainen omdat je jezelf wilt bewijzen, terwijl je ergens onderweg vergeet te voelen waarom je eigenlijk zo graag sport. Dan kan presteren steeds meer gaan voelen als een manier om jezelf te bewijzen. Aan anderen, maar uiteindelijk misschien ook aan jezelf.

Zelfvertrouwen onder druk
Als ik kijk naar veel van de thema’s waarmee ik als sportpsycholoog en high-performance coach werk, komt zelfvertrouwen daar steeds weer in terug. Prestatiedruk, perfectionisme, omgaan met fouten, de behoefte om jezelf te bewijzen, de mening van anderen en de spanning van een wedstrijd lijken verschillende onderwerpen, maar raken vaak aan dezelfde onderliggende vraag:

Kan ik op mezelf vertrouwen, ook wanneer het spannend wordt?

Wanneer je prestaties steeds meer gaan bepalen hoe je over jezelf denkt, komt er bij iedere wedstrijd ineens veel meer op het spel te staan dan alleen die wedstrijd. Een fout wordt dan niet zomaar een fout. Een mindere score kan voelen als een bevestiging dat je tekortschiet. En een goede prestatie geeft weliswaar voldoening, maar soms ook slechts tijdelijk, omdat je jezelf daarna opnieuw moet bewijzen. Dat kan de druk behoorlijk verhogen. En juist daarom vind ik zelfvertrouwen zo’n interessant onderwerp binnen de sportpsychologie. Het gaat voor mij niet alleen over de gedachte “ik kan dit”. Het gaat ook over vertrouwen in je eigen oordeel, je eigen gevoel en je vermogen om met de gevolgen van je keuzes om te gaan. Je hoeft daarbij niet overal zeker van te zijn. Je mag twijfelen, advies vragen en geraakt worden door wat een ander van je vindt. De basis blijft alleen bij jezelf liggen.

Ambitie en eigenwaarde
Ook in de sport betekent dat voor mij niet dat een resultaat er niet toe doet. Natuurlijk wil je presteren. Je wilt groeien, doelen behalen en het beste uit jezelf en je paard halen. Ambitie hoeft helemaal niet het probleem te zijn. Er ontstaat iets anders wanneer je resultaat bepaalt hoeveel vertrouwen en waardering je jezelf op dat moment geeft. Je kunt ontzettend ambitieus zijn en tegelijkertijd leren dat jouw waarde niet iedere keer opnieuw bewezen hoeft te worden. Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen die ik zelf heb geleerd. Je kunt hoge eisen aan jezelf stellen en tegelijkertijd leren om jezelf niet voortdurend te hoeven bewijzen.


Weer leren luisteren naar jezelf

Dat vertrouwen ontstaat ook niet ineens. Je bouwt het op door jezelf serieus te nemen. Door te luisteren naar wat er in je speelt, door grenzen aan te geven wanneer iets voor jou niet klopt en door keuzes te maken die passen bij wie je bent. Soms betekent dat ook dat iemand anders teleurgesteld is of je keuze niet begrijpt. Dat kan ongemakkelijk zijn, zeker wanneer je gewend bent om jezelf aan te passen.

Juist daar zit voor mij een belangrijk stuk groei. Kun je bij jezelf blijven wanneer iemand anders iets anders van je vindt? Kun je jezelf blijven waarderen wanneer je een fout maakt? En durf je een keuze te maken omdat jij voelt dat die bij je past, ook wanneer je vooraf niet weet hoe anderen daarop zullen reageren? Daar begint voor mij steeds meer zelfvertrouwen te ontstaan.

De jas uitdoen betekent voor mij daarom niet dat je je afsluit voor de mening van anderen of niemand meer nodig hebt. Het betekent dat je jezelf weer een plek geeft in het geheel. Dat je jezelf opnieuw de vraag durft te stellen: wat vind ík eigenlijk, wat wil ík en wat past bij mij? Een mooie vorm van zelfvertrouwen zou kunnen zijn: weten dat je mag luisteren naar anderen, terwijl je jezelf ondertussen niet meer uit het oog verliest. Ook wanneer de druk hoog is. Ook wanneer er iets op het spel staat. Ook wanneer je graag wilt laten zien wat je kunt.


Welke jas draag jij?

Dus als je vandaag een jas aantrekt, vraag jezelf dan eens af welke delen daarvan echt van jou zijn en welke je misschien al jaren draagt omdat je ooit hebt geleerd dat ze nodig waren om erbij te horen. En misschien durf je hem af en toe gewoon uit te trekken.

door Benedict Koopmans • 12 augustus 2026
5 manieren om een ruiter echt te helpen
door Benedict Koopmans • 2 juli 2026
Een voorzichtige glimlach verschijnt op mijn gezicht. Niet omdat ik mijn grote lach niet wil laten zien, maar omdat de spieren in mijn gezicht nog niet volledig meewerken. Pijnlijk en confronterend. Tegelijkertijd ben ik dankbaar: mijn mondhoeken bewegen weer! Een klein gebaar misschien, maar voor mij een enorme stap. Een kwestie van tijd, loslaten en vertrouwen. Begin maart van dit jaar veranderde mijn leven van de ene op de andere dag. Ik kreeg Guillain-Barré, een zeldzame neurologische aandoening waarbij het immuunsysteem de zenuwen aantast. Wat volgde was een periode waarin mijn lichaam niet meer deed wat ik ervan gewend was. Voor iemand die jarenlang gewend is geweest doelen te stellen en mensen te begeleiden naar topprestaties, was dat een confronterende ervaring. Het gevecht dat ik kende In de eerste fase van mijn herstel deed ik wat ik altijd heb gedaan. Ik ging aan het werk, met een duidelijk doel voor ogen. Eerst weer zelfstandig staan, vervolgens lopen, en daarna fietsen. Zo makkelijk ik het opsom, zo makkelijk was het in werkelijkheid helemaal niet. Het was keihard werken, maar iedere stap vooruit voelde als een overwinning en gaf mij veel energie. Mijn achtergrond in de sport hielp mij daarbij enorm. Ik wist hoe ik doelen moest stellen, hoe ik moest omgaan met tegenslag en hoe ik mezelf kon motiveren wanneer het moeilijk werd. En eerlijk gezegd genoot ik ergens ook van die uitdaging, want ik kon iedere dag invloed uitoefenen op de uitkomst. Dat is een terrein dat ik goed ken. Maar ergens in dit proces veranderde er iets. Ik kom nu op een punt waarop de grote stappen verdwijnen, de vooruitgang wordt minder zichtbaar. En dat is misschien wel de moeilijkste fase van allemaal. Want ineens zijn er minder doelen waar ik directe invloed op heb. Ik kan blijven trainen, goed voor mezelf zorgen en ik kan alles doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt, maar uiteindelijk heeft het zenuwstelsel tijd nodig om te herstellen. Voor iemand die gewend is verantwoordelijkheid te nemen voor zijn resultaten, is dat een bijzonder confronterende les. De les die ik nu dagelijks ervaar Veel van de mensen die ik begeleid zijn ambitieuze sporters, professionals of ondernemers. Die geloven dat inzet, discipline en doorzettingsvermogen uiteindelijk tot resultaat leiden. En meestal klopt dat ook. Maar soms kom je op een punt waarop harder werken niet meer de oplossing is. Waar controle plaats moet maken voor vertrouwen, en dat je moet kunnen zijn met wat er op dat moment is. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het vaak één van de moeilijkste opgaven die er bestaat. Mijn eigen herstelproces heeft mij dit niet alleen laten begrijpen vanuit theorie of coaching. Ik ervaar het nu dagelijks zelf, en dat heeft mijn werk veranderd. Ik stel nog steeds doelen met mijn klanten. Ik geloof nog steeds in discipline en eigenaarschap. Maar ik kijk tegenwoordig veel eerder naar de vraag: waar probeer je iets te forceren wat juist ruimte nodig heeft? Wanneer is harder werken effectief, en wanneer houdt het je juist tegen? Een nieuwe website die beter laat zien waar ik voor sta De afgelopen maanden hebben niet alleen mij veranderd, maar ook mijn visie op coaching verder verdiept. Daarom lanceer ik binnenkort mijn vernieuwde website. De uitstraling blijft vertrouwd, maar de inhoud sluit nog beter aan bij hoe ik vandaag werk: met nog meer aandacht voor duurzame prestaties, persoonlijk leiderschap en de verbinding tussen hoofd, lichaam en gevoel. Na een intensieve periode van revalidatie hervat ik mijn werkzaamheden stap voor stap. De komende maanden is er weer ruimte voor nieuwe coachtrajecten en samenwerkingen. Ik kijk ernaar uit om, vanuit de lessen die deze periode mij heeft gebracht, opnieuw mensen te begeleiden naar prestaties die niet alleen succesvol zijn, maar ook duurzaam en in verbinding met zichzelf.
Meer posts