De Hippiade is geen examen
5 manieren om een ruiter echt te helpen
De Hippiade is voor mij als sportpsycholoog een feestje om naar te kijken. Natuurlijk in de eerste plaats vanwege de sport, maar minstens zo interessant vind ik wat er met en rondom een ruiter gebeurt. Het is een beetje zoals een kapper die automatisch naar iemands haar kijkt of een fysiotherapeut die niet kan voorkomen dat hij naar iemands houding kijkt. Je kunt je vak niet helemaal uitzetten. Dus ook ik kan er niet omheen. Ik luister naar gesprekken langs de ring, kijk naar wat er voor en na een proef gebeurt en zie hoe ruiters reageren op spanning, verwachtingen en teleurstelling. En hoe langer ik er rondloop, hoe meer ik denk: er ligt nog ontzettend veel ruimte om de mentale kant van de paardensport verder te ontwikkelen. Ik zie hoeveel betrokkenheid, liefde en ambitie er is. Iedereen wil het beste voor de ruiter. Maar juist die betrokkenheid creëert soms onbedoeld extra druk, niet omdat ouders, instructeurs of coaches het verkeerd doen, integendeel. Daarom vijf dingen die mij deze Hippiade opnieuw opvielen.
1. Geef focus mee, geen boodschappenlijst
Vlak voor een proef zie je soms een ruiter die nog allerlei aanwijzingen meekrijgt. Denk hieraan, vergeet dat niet, let daarop, denk aan je houding, rij die hoek goed. En vergeet vooral niet... Allemaal goedbedoeld. Maar hoeveel kan iemand op zo'n moment eigenlijk opnemen?
Als volwassene is het al behoorlijk lastig om drie of vier aandachtspunten tegelijkertijd te onthouden wanneer je onder druk staat, laat staan wanneer je een kind bent dat op een kampioenschap voor een volle tribune moet rijden. Een ruiter gaat dan misschien niet meer de ring in met één duidelijke focus, maar met een hoofd vol opdrachten, terwijl presteren juist vraagt om rust. De rust om te voelen, om van daaruit te reageren en om te vertrouwen op wat je hebt getraind.
Mijn tip: kies samen één ding dat vandaag belangrijk is. Niet: “Je moet dit, dit en dit.” Maar bijvoorbeeld: “Wat wil jij straks vooral voelen of doen in de ring?” Daarmee geef je de ruiter niet alleen rust, maar ook eigenaarschap.
2. Spanning is niet het probleem
Waarom floreert de één op een kampioenschap en lijkt de ander juist te 'falen'? Dat vind ik vaak wel één van de interessantste vragen binnen de sport. Twee ruiters kunnen ongeveer evenveel talent hebben, even hard trainen en technisch vergelijkbaar zijn. Toch kan de één op een kampioenschap boven zichzelf uitstijgen, terwijl de ander blokkeert. We noemen dat laatste al snel 'falen'. Maar is dat wel wat er gebeurt?
Wedstrijdspanning is namelijk niet per definitie iets slechts. Een bepaalde mate van spanning en activatie heb je juist nodig om te kunnen presteren. Je lichaam maakt zich klaar om te handelen, je aandacht wordt scherper en je systeem komt in een staat waarin je kunt presteren. Het probleem is dus niet dat er spanning is, maar vooral: Wat doe je met die spanning?
Daarom zou ik een ruiter niet proberen te overtuigen dat hij of zij niet zenuwachtig hoeft te zijn. Zeg liever: “Je bent gespannen omdat dit belangrijk voor je is. Kun je met die spanning rijden?” Daarmee verander je spanning van iets wat weg moet, naar iets waarmee je kunt leren omgaan.
3. Laat de ruiter eerst landen voordat je gaat analyseren
Ook na een proef zie ik iets wat me bezighoudt. De ruiter komt de ring uit, nog vol adrenaline, emoties en het hoofd nog helemaal bezig met wat er zojuist is gebeurd. En dan volgt soms vrijwel direct de analyse. “Die overgang had beter gekund”, “Je had daar meer moeten rijden” of “Je vergat wat we hadden afgesproken.”
Allemaal observaties die misschien kloppen. Maar is dit het juiste moment? Iemand die nog volledig 'aan' staat, is niet altijd ontvankelijk voor feedback. Eerst moet het lichaam weer landen, daarna ontstaat er ruimte om te reflecteren en te leren. Bovendien weten ruiters vaak zelf al heel goed wat er niet helemaal goed ging.
Misschien is de eerste vraag veel eenvoudiger: “Hoe was het voor jou?”
Dus mijn advies: landen → ervaren → reflecteren → leren. Niet iedere fout hoeft binnen dertig seconden geanalyseerd te worden.
4. Maak van een fout informatie, geen oordeel
In mijn praktijk zie ik veel ruiters die ontzettend graag goed willen presteren. Dat is op zichzelf een prachtige eigenschap. Ambitie, inzet en de wil om beter te worden kunnen je ver brengen, maar wanneer goed nooit goed genoeg is, verandert er iets. Dan wordt een fout niet langer informatie om van te leren, maar bewijs dat je niet goed genoeg bent.
En juist daar kan de omgeving, zonder dat ze dat bedoelt, een rol in spelen. Als een ruiter na een goede proef vooral hoort wat er nog beter had gekund, kan die ruiter onbewust leren: mijn prestatie is nooit helemaal goed genoeg. Een interessantere vraag zou kunnen zijn “Wat heb je vandaag geleerd?” Een fout is geen eindconclusie over jouw kwaliteiten als ruiter, het is informatie. En precies daar begint een growth mindset, van “ik kan dit niet” naar “dit beheers ik nog niet zoals ik zou willen, wat kan ik hiervan leren?”
5. Kijk verder dan de uitslag
Een kampioenschap draait natuurlijk om prestaties. Om cijfers, klasseringen, medailles en uiteindelijk om winnen. Maar als we jonge ruiters willen helpen om zich op de lange termijn te ontwikkelen, moeten we misschien naar meer kijken dan alleen het resultaat. Vraag bijvoorbeeld niet alleen “Welke score had je?” (fixed mindset), maar ook:
· Waar ben je trots op?
· Wat heb je geleerd?
· Waar heb je jezelf verrast?
· Wat deed je ondanks dat je het spannend vond?
· Waar heb je vandaag verantwoordelijkheid genomen?
Daarmee wordt een kampioenschap niet alleen een meetmoment, maar een leerervaring, en dat is uiteindelijk veel waardevoller dan de medaille.
Wat willen we een ruiter uiteindelijk meegeven?
Ouders, instructeurs en coaches hebben allemaal invloed op de ontwikkeling van een ruiter. En juist daarom vind ik het zo belangrijk om af en toe stil te staan bij de vraag wat we met onze begeleiding eigenlijk meegeven. Een ruiter die leert dat hij goed is wanneer hij wint, kan afhankelijk worden van het resultaat. Een ruiter die leert dat fouten maken mag, spanning erbij hoort en dat hij zelf invloed heeft op hoe hij daarmee omgaat, ontwikkelt vertrouwen in zichzelf. We willen ruiters die leren omgaan met spanning, fouten durven maken, verantwoordelijkheid leren nemen en vertrouwen ontwikkelen in zichzelf. De Hippiade is geen examen, het is een moment waarop je kunt laten zien wat je hebt geleerd.




